Wetenschappelijk bewijs voor elektrohypersensitiviteit (EHS) door o.a. straling zendmasten

genuis

Wetenschappelijk bewijs voor elektrohypersensitiviteit (EHS) door o.a. straling zendmasten

Deze pagina geeft een overzicht van het wetenschappelijk onderzoek dat bewijs levert voor het bestaan van gezondheidsklachten t.g.v. elektromagnetische straling: elektrostress ofwel elektrohypersensitiviteit (EHS) door o.a. de straling van zendmasten voor mobiele telefonie.

Over elektrogevoeligheid

genuisUpdate: “EUROPAEM EMF Guideline 2016 for the prevention, diagnosis and treatment of EMF-related health problems and illnesses,” van Belyaev et al.

De wetenschappers Stephen J. Genuis en Christopher T. Lipp schreven een bijzonder compleet overzichtsartikel over elektrostress, getiteld ‘EHS: Feit of fictie?’

Uit onderzoek van Prof. Dominique Belpomme op enkele honderden mensen die zichzelf beschrijven als “elektrogevoelig” bleek met uitgebreide resultaten van klinische en biologische analyses dat er zoiets bestaat als intolerantie voor elektromagnetische straling. Volgens deze resultaten was niet alleen de nabijheid van de bronnen van straling van belang, maar ook de blootstellingsduur en vaak de chemische belasting en/of (zware) metalen die aanwezig zijn in het menselijk weefsel. De arts Belpomme, gespecialiseerd in klinische geneeskunde en oncologie, toont aan dat deze mensen geen ziekte veinzen en niet lijden aan psychiatrische stoornissen.

Overzicht van 40+ studies die een positief verband vonden tussen elektrogevoeligheid en blootstelling aan elektromagnetische straling (bron: Electrosensitivity UK).

“Electrosensitivity: state-of-the-art of a functional impairment”, Olle Johansson, Electromagnetic Biology and Medicine, 2006. Johansson schreef voor  de workshop van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO over elektrogevoeligheid in 2006 een bijdrage over observeerbare huidreacties (vanaf pagina 93 van de proceedings).

“Will we all become electrosensitive?”, Orjan Hallberg (Hallberg Independent Research) en Gerd Oberfeld (Public Health Department Salzburg), Electromagnetic Biology and Medicine, 2006.

Onderzoek van het Dallas Environmental Health Center naar Elektrogevoeligheid

William Rea is directeur van het Dallas Environmental Health Center waar mensen met elektrogevoeligheid terecht kunnen voor behandeling.

“Electromagnetic Field Sensitivity”, W.J. Rea et al., Journal of Bioelectricity, 1991

Studies naar omwonenden van zendmasten

In de (peer reviewed) wetenschappelijke literatuur is verslag gedaan van verscheidene onafhankelijke epidemiologische studies waarin een statistisch verband wordt gevonden tussen de incidentie van gezondheidsklachten en de mate van blootstelling aan de straling van een nabij gelegen zendmast.

Uit de overzichtsstudie (metastudie) “Epidemiological Evidence for a Health Risk from Mobile Phone Base Stations” van Khurana et al.: Er zijn wereldwijd slechts 10 studies gedaan naar dit onderwerp (en dat zouden er veel meer moeten worden). Uit deze 10 studies komt een consistent beeld naar voren van een effect op de gezondheid.

Hutter

De beste studie tot nu toe is Hutter et al. (2006), met 365 respondenten in twee verschillende regio’s van Oostenrijk, rond tien zendmasten op verschillende plekken. Zij enquêteerden mensen en maten de stralingsbelasting in de slaapkamer, en deden daarnaast een serie cognitieve tests. Ze kozen hun plekken zorgvuldig: de basisstations mochten geen onderwerp van protest zijn geweest. In tegenstelling tot Santini en Navarro (zie verderop) vertelden ze niet tegen de respondenten dat het onderzoek met de zendmasten van doen had, maar zeiden ze dat het ging om een onderzoek naar de invloed van een aantal milieu-factoren, waaronder verkeerslawaai, fijnstof en basisstations. Op die manier vermeden de onderzoekers de reporting bias, waar de resultaten van Santini en Navarro aan kunnen lijden. In de enquête vroegen Hutter et al. niet alleen naar de ervaren klachten, maar ook naar het oordeel van de respondenten over de invloed van deze milieufactoren op de menselijke gezondheid. Op deze manier konden ze later hun resultaten corrigeren voor het subjectieve negatieve oordeel, dat mensen misschien sowieso al hadden over de schadelijkheid van de straling van antennemasten. De meeste mensen (ca 60%) bleken daar trouwens geen zorgen over te hebben.

Ondanks deze voorzorgsmaatregelen en de correctie voor de subjectieve angst voor antennemasten, vonden Hutter et al. nog steeds een verband tussen de stralingsbelasting aan de ene kant en hoofdpijn/migraine en concentratieproblemen aan de andere kant (zie Fig. 1). Vanaf niveaus van 100-500 microwatt/m2 vonden de onderzoekers een verhoogde kans op genoemde symptomen.

“Subjective symptoms, sleeping problems, and cognitive performance in subjects living near mobile phone base stations”, H Hutter et al., Occupational and Environmental Medicine, 2005.

Fig. 1: Het relatieve risico op verschillende neurologische problemen t.g.v. electromagnetische straling van GSM zendmasten voor drie groepen van mensen die (gemeten in hun slaapkamer) chronisch worden blootgesteld aan  minder dan 100 µW/m2 (groen), 100-500 µW/m2 (blauw), en meer dan 500 µW/m2 (rood). Bron: Hutter et al., 2006, Tabel 4.

Santini

In de eerste studie van Santini et al. uit 2002 werden mensen via een enquêteformulier gevraagd om aan te geven hoe vaak ze van bepaalde klachten last hadden, en hoe ver ze van een basisstation af woonden. Santini c.s. vonden een significant verband tussen de afstand tot een mast en het hebben van hoofdpijn: mensen die vlakbij een zendmast woonden hadden veel vaker hoofdpijn dan mensen die verder dan 500 meter daarvandaan woonden (zie Fig. 2). De kritiek van bijvoorbeeld de Gezondheidsraad (2003, zie www.gr.nl) was dat de geënquêteerden op de hoogte waren van het doel van het onderzoek. Dit kan leiden tot een vertekening van de antwoorden (de zogenoemde ‘reporting bias’). In hoeverre deze ‘reporting bias’ daadwerkelijk tot een vertekening van de resultaten heeft geleid is echter niet te zeggen.

“Survey study of people living in the vicinity of cellular base stations”, Roger Santini et al., Electromagnetic Biology and Medicine, 2003. (Origineel in het Frans.)

Fig. 2: Relatie tussen afstand van woningen tot een zendmast en een aantal symptomen gerapporteerd als “zeer vaak”. Bron: Santini et al (2002), Tabel 1.

Navarro

Navarro et al. (2003) deed een soortgelijk onderzoek onder bewoners in een Spaanse stadsbuurt, en gebruikten een soortgelijk enquêteformulier als Santini. Ook dit onderzoek heeft dus mogelijk last van die ‘reporting bias’, maar de onderzoekers deden iets extra’s: ze gingen ook bij de circa honderd respondenten langs om de stralingsbelasting in de slaapkamer te meten. Het stralingsvermogen neemt in het open veld kwadratisch af met de afstand, maar kan sterk variëren in de bebouwde omgeving, afhankelijk van het materiaal van de muren etc. Navarro et al. vonden ook een statistisch verband tussen de gemeten stralingsbelasting en een serie van klachten, met name hoofdpijn, vermoeidheid en prikkelbaarheid. Hoewel dit onderzoek dus onder bias kan lijden, maakt het gevonden verband tussen stralingsbelasting en klachten de resultaten sterker.

“The microwave syndrome: a preliminary study in Spain”, EA Navarro et al., Electromagnetic Biology and Medicine, 2003.

Abdel-Rassoul

Tenslotte kwam Abdel-Rassoul in een eenvoudig uitgevoerde studie in Egypte tot een meer dan twee maal hogere incidentie van hoofdpijn bij omwonenden van zendmasten in vergelijking met een (‘gematchde’) controlegroep (Abdel-Rassoul et al., 2006).

“Neurobehavioral effects among inhabitants around mobile phone base stations”, G. Abdel-Rassoul et al., NeuroToxicology (2006)

Conclusie

In conclusie: hoewel er terechte kritiek is te geven op de methodologie van Santini en Navarro (en ongetwijfeld ook op de eenvoudige studie van Abdel-Rassoul), zijn deze studies niet fundamenteel ontkracht. De recente studie van Hutter is methodologisch beter opgezet en komt tot een statistisch significant verband tussen de straling van zendmasten en hoofdpijn/migraine/concentratieproblemen (zie Fig. 1) vanaf niveaus van 100-500 microwatt per vierkante meter.

(bron: Kennisplatform veilig mobiel netwerk)

Provocatiestudies op korte termijn

TNO COFAM en het ‘Zwitserse onderzoek’

TNO en de Universiteit van Zurich (de tweede deels betaald door telecom providers) hebben proefpersonen gedurende 30-45 minuten blootgesteld aan hoogfrequente straling op relatief hoge niveaus. Met vragenlijsten werd het effect op welbevinden, concentratievermogen etc, bepaald. In het kort komen deze studies er op neer dat TNO relatief milde neurologische effecten vond (Zwamborn et al., 2003), en de Universiteit van Zurich geen enkel significant effect (Regel et al., 2006).

“Effects of global communication system radiofrequency fields on well being and cognitive functions of human subjects with and without subjective complaints”, Zwamborn et al., TNO Physics and Electronics Laboratory, FEL-03-C148.

“UMTS base station-like exposure, well-being, and cognitive performance”, SJ Regel et al., Environ Health Perspect. 114(8): 1270-1275.

De interpretatie van voormalig staatssecretaris van Geel van het bovengenoemde tweede ‘Zwitserse’ onderzoek was als volgt: hij stelde op basis van dit onderzoek dat UMTS straling in algemene zin ongevaarlijk is. (zie persbericht van 6 Juni 2006 getiteld “Geen enkel effect UMTS-straling op gezondheid”). De Zwitserse onderzoekers zelf waren het hier in feite mee oneens. Ze schreven namelijk dat er uit hun onderzoek geen enkele conclusie kon worden getrokken over langetermijn-blootstelling. De laatste zin van hun wetenschappelijk artikel van augustus 2006 luidt: “Regarding the implications for public health because of widespread exposure in the living environment, no conclusions about long-term effects of UMTS base station-like EMF can be drawn from the present study, since only a short-term exposure was applied” (Regel et al., 2006).

(bron: Kennisplatform veilig mobiel netwerk)

Hillert

In een provocatieonderzoek van Lena Hillert werden in dubbelblind onderzoek een verband gevonden tussen blootstelling aan elektromagnetische straling en hoofdpijn, opvallend genoeg juist bij de groep die zei geen last te hebben van elektrostress:

“The Effects of 884 MHz GSM  Wireless Communication Signals on Headache and Other Symptoms: An Experimental Provocation Study”, Lena Hillert, Bioelectromagnetics, 2008.

Over korte-termijn provocatieonderzoeken

Vele zogeheten ‘provocatieonderzoeken’ mislukten, hetgeen door de industrie en autoriteiten gretig werd aangegrepen om te stellen dat elektromagnetische straling onschadelijk zou zijn. Wat wordt er onderzocht in zo’n provocatieonderzoek? Aan de proefpersonen wordt gevraagd om blind te zeggen of een antenne aan of uit staat, bv. na een kwartier, waarmee dan getest zou kunnen worden of mensen de straling kunnen ‘voelen’. De meeste mensen kunnen dit niet zo snel blind zeggen. Het is echter de vraag of dit wel relevant is. De tijdsduur van veel provocatieonderzoeken is te kort, want de gezondheidseffecten spelen zich af op langere termijn, de biologische reactie is traag. En vaak wordt maar één specifiek type straling getest. Echter, waarvoor men overgevoelig is, is per persoon verschillend en afhankelijk van de belasting in het verleden. Het ontwikkelen van een overgevoeligheid voor elektromagnetische straling kan jaren duren.

Deel dit bericht