Interphone: onderzoek naar mobieltjes en hersentumoren hoofdpijndossier

„Jarenlang een halfuur per dag bellen verhoogt het risico op kanker, zeggen onderzoekers voorzichtig.”

Interphone: onderzoek naar mobieltjes en hersentumoren hoofdpijndossier

2014: Grote Franse CERENAT studie vindt 3x hogere kans op hersentumor voor mensen die meer dan een half uur per dag bellen gedurende tien jaar.

Zie ook: Wereldgezondheidsorganisatie WHO deelt straling mobieltjes in als ‘mogelijk kankerverwekkend’.

Epidemiologisch onderzoek naar hersentumoren van de Zweedse Hardell; mobiel bellen en bellen met de draadloze huistelefoon (DECT) geeft aan:
-Mobiele telefoons: odds ratio (OR) van 1.9 (twee keer zoveel kans op hersentumor), stijgend naar OR=3.6 bij >10-jaar latentietijd.
-Draadloze huistelefoons OR=2.1, stijgend naar OR=2.9 bij >10 jaar.
Hardell nam ook het bellen met DECT telefoons mee. Het zwakke punt van veel onderzoeken, waaronder ook Interphone, is dat DECT telefoons niet worden meegenomen. Hoeveel wordt er in de controlegroep gebeld met DECT telefoons?
 
In een meta-analyse door Khurana et al. van 11 onderzoeken concluderen de auteurs dat het gebruik van een mobiele telefoon gedurende meer dan 10 jaar het risico verdubbelt op hersentumoren aan de belzijde van het hoofd. “Er is adequaat epidemiologisch bewijs voor een verband tussen langduring telefoongebruik en het onstaan van hersentumoren.”

EU Interphone: onderzoek naar mobieltjes en hersentumoren hoofdpijndossier

(Bewerking van het opinie-artikel van J.R. Schrader in het Reformatorisch Dagblad van 21-5-2010.)

Een onlangs gepubliceerd grootschalig EU-onderzoek naar het verband tussen mobiel bellen en hersentumoren wijst op grotere gezondheidsrisico’s dan het onderzoeksrapport op het eerste gezicht lijkt toe te geven. Deze week werd de officiële uitslag van het tien jaar durende Interphoneonderzoek gepubliceerd. Het belgedrag van een grote groep hersentumorpatiënten werd vergeleken met een controlegroep zonder kanker. Jarenlang een halfuur per dag bellen verhoogt het risico op kanker, zeggen de onderzoekers voorzichtig. Patiënten ontwikkelden vaak een tumor aan de belzijde van hun hoofd.

Tussen 2000 en 2004 interviewden de onderzoekers bijna 13.000 mensen. Na zo’n vier jaar uitstel en intern gesoebat is nu het onderzoeksrapport gepubliceerd. Het is nogal dubbelzinnig van inhoud. Dat blijkt ook uit de manier waarop de media er verslag van doen. “Studie beëindigt debat over verband kanker en mobiele telefoon niet”, kopt CNN bijvoorbeeld. De Daily Telegraph schrijft: “Meer risico op hersentumor bij halfuur mobiel bellen per dag”. En de Times op 16 mei: “Veelbellers riskeren kanker”, maar vervolgens op 18 mei: “Grootste studie naar mobiel bellen vindt geen verband met hersentumor”. Het eerste Timesartikel geeft een prima overzicht.

Er heerst grote scepsis over één uitkomst van de studie: dat eenmaal per week mobiel bellen zou beschermen tegen kanker. Zelfs de auteurs van de studie schrijven dat dit zeer onwaarschijnlijk is en denken dat deze conclusie te wijten is aan methodologische fouten.

Lloyd Morgan, directeur van de Central Brain Tumor Registry of the United States, wijst in een wetenschappelijk artikel in het tijdschrift Pathophysiology enkele van deze problemen aan. Zo is de controlegroep waarschijnlijk niet representatief, omdat mobiele bellers eerder geneigd zijn deel te nemen aan het onderzoek. Dit heet selectiebias en komt omdat mobiele bellers eerder geneigd zijn deel te nemen aan het onderzoek. Gevolg is een schijnbaar lager risico. Na correctie hiervoor in de (apart te downloaden) Appendix 2 vonden de Interphone-onderzoekers een sterker verband tussen veelbellen en glioma.

De Interphone-definitie van een veelbeller is iemand die minstens een half uur per dag belt.

Een ander methodologisch probleem is de definitie van een ‘reguliere’ gebruiker als iemand die slechts éénmaal per week gebeld heeft gedurende de afgelopen 6 maanden. Uit belgegevens blijkt dat 85% van deze ‘reguliere’ gebruikers nog geen 5 jaar een mobieltje heeft. Dat kan dus nooit een risicofactor zijn voor een hersentumor – de latentietijd van een tumor is tientallen jaren. En men belt tegenwoordig veel meer.

De verontrustende resultaten in de groep veelbellers worden door sommigen afgedaan als ‘recall bias’: tumorpatienten zouden overdrijven of het zich fout herinneren. Zo’n 50 patienten rapporteerden een gebruik van meer dan 5 uur per dag, en 10 van hen rapporteerden zelfs een gebruik van 12 uur per dag (zie bv. BBC news). Er werd een trend gevonden dat het risico bij ‘veelbellers’ toeneemt naarmate er meer en langer gebeld wordt.

De deelnemers werd niet gevraagd naar hun gebruik van draadloze huistelefoons (DECT), die technisch vergelijkbaar zijn met mobiele telefoons en een vergelijkbare straling afgeven. Als men hier niet naar vraagt in de controlegroep en de patientengroep verwatert het onderzoeksresultaat en vermindert het schijnbare risico.

Het Interphonerapport schrijft dat er geen wetenschappelijk bewijs is gevonden dat elektromagnetische straling het menselijk DNA kan beschadigen. Dat is onjuist: dit verband is al in minstens 49 studies aangetoond. Een recente metastudie in hetzelfde tijdschrift Pathophysiology over 101 publicaties laat zien dat de helft daarvan een dergelijk effect rapporteert. De ‘geen-effectstudies’ zijn betaald door de Amerikaanse luchtmacht of de mobieletelefoonindustrie, zo blijkt uit een analyse op de website Microwave News.

De gerespecteerde Zweedse epidemioloog Hardell vond in zijn publiek gefinancierde studies waarin hij ook DECT telefoons meeneemt veel grotere kansverhogingen op een hersentumor: zo’n driemaal. Het Interphoneonderzoek doet Hardells resultaten van de hand met een verwijzing naar een ander artikel dat er  methodologische kritiek op uit en met de opmerking dat ”er vragen zijn gerezen over de gebruikte methodologie in deze studies”. De pot verwijt de ketel, zeg maar. Hardell reageert: ”Ik begrijp hun argumenten niet – ofwel ze begrijpen mijn artikelen niet, ofwel ze hebben ze niet gelezen”. Hij ziet het Interphone-onderzoek als een ondersteuning van zijn eigen werk, dat ”laat zien dat het langdurig gebruik van een mobiele telefoon het risico op hersenkanker verhoogt.” (bron: Microwave News) Hardell doet al tientallen jaren onderzoek naar omgevingsinvloeden en kanker. Hij ontdekte in de jaren 70 reeds het verband tussen Agent Orange (een ontbladeringsmiddel gebruikt door de Amerikanen in de Vietnamoorlog) en lymfekanker. In 1997 erkende de wereldgezondheidsorganisatie WHO een verband tussen kanker en deze stoffen. De Belgische krant De Morgen publiceerde een artikel waarin de studies van Hardell en Interphone tegen elkaar worden afgezet.

Waarom kruipt dit soort fouten in dit onderzoek? Volgens de cijfers is er zo’n 5 miljoen dollar aan meebetaald door de mobieletelefoonindustrie. Lloyd Morgan schrijft daarover: “De lange geschiedenis van door de industrie betaald onderzoek dat leidde tot uitstel van optreden tegen schadelijke stoffen, soms zelfs honderd jaar lang, pleit overtuigend voor toepassing van het voorzorgprincipe. Dit geldt nog meer in het licht van de mogelijk immense gevolgen voor de volksgezondheid als aangetoond zou worden dat mobiele telefoons hersentumoren kunnen veroorzaken.” (Zie het boek ‘Doubt is Their Product’ van David Michaels, Assistant Secretary of Energy bij Clinton, over de industriële manipulatie van wetenschappelijk onderzoek naar sigarettenrook etc.)

Ten slotte onthulde coördinatrice Elisabeth Cardis van het Interphoneonderzoek onlangs haar persoonlijke bezorgdheid over de resultaten in het nieuwsprogramma ABC Lateline: “De toename is groter als we alleen kijken naar mensen die hun telefoon gebruiken aan de kant van het hoofd waar de tumor zich ontwikkelde. De toename is ook groter in de temporaalkwab, de plek in de hersenen die het dichtst bij het oor ligt.” Ze verwijst ook naar de gevonden trend dat het risico bij ‘veelbellers’ toeneemt naarmate er meer en langer gebeld wordt. ‘Ik denk dat deze resultaten sterk wijzen op een mogelijk verband.’

Deel dit bericht